Onderzoek
Wiskunde is ook taal: wat onderzoek zegt over bijles voor nieuwkomers
Veel nieuwkomers kunnen prima rekenen, maar lopen vast op de taal van de opgave. Wat weten we uit onderzoek over bijles in kleine groepen, over wiskundetaal en over de plek van de thuistaal?
Oktober 2026 · 7 min. leestijd
Wat bijles in kleine groepen oplevert
Bijles in een kleine groep of één-op-één is een van de best onderzochte manieren om leerlingen verder te helpen. Een grote meta-analyse van tientallen gerandomiseerde experimenten vond een gemiddeld effect van 0,29 standaarddeviatie [1]; in onderwijsonderzoek geldt dat als een stevig effect. De resultaten waren het sterkst bij programma's met minstens drie sessies per week, met leraren of getrainde begeleiders als tutor en in de jongere leerjaren [1]. De Britse Education Endowment Foundation schat dat bijles in een kleine groep leerlingen gemiddeld zo'n vier maanden extra vooruitgang per schooljaar oplevert, en één-op-één bijles zo'n vijf maanden [2][3]. Eerlijk is eerlijk: voor wiskunde en voor het voortgezet onderwijs liggen die schattingen lager, en het meeste onderzoek komt uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk [1][2][3]. Ook werken vrijwilligers het best met training en een duidelijke structuur [3]. Bijles is dus geen wondermiddel, maar wel een van de kansrijkste dingen die je kunt doen.
Als een som een leestekst wordt
Wie pas in Nederland woont, kan vaak goed rekenen, maar strandt op de vraag eromheen. Lange contextopgaven en schooltaal als 'bepaal', 'neemt toe met' of 'hoeveel procent minder' maken een opgave voor een tweedetaalleerder soms zwaarder dan de wiskunde zelf. Onderzoek bevestigt dat. In een Amerikaanse studie met 1.174 leerlingen van een jaar of dertien maakten onderzoekers van bestaande toetsopgaven ook een versie in eenvoudiger taal, met dezelfde wiskunde [4]. Leerlingen die Engels nog aan het leren waren, scoorden lager dan leeftijdgenoten die de taal goed beheersten. De vereenvoudigde opgaven gaven iets hogere scores, vooral voor tweedetaalleerders, leerlingen in de lagere wiskundeniveaus en leerlingen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status [4]. Duitse onderzoekers wijzen erop dat niet een migratieachtergrond of meertaligheid op zich het sterkst samenhangt met wiskundeprestaties, maar de beheersing van de schooltaal [5]. Een lage toetsscore zegt bij een nieuwkomer dus niet altijd iets over wiskundig vermogen.
Wiskundetaal kun je leren
Het goede nieuws: taal hoeft geen muur te blijven. In Dortmund ontwikkelden Susanne Prediger en Lena Wessel een bijlesprogramma over breuken voor leerlingen van ongeveer brugklasleeftijd die Duits als tweede taal leerden en moeite hadden met wiskunde [5]. Van de 72 deelnemers kreeg de helft zes lessen van negentig minuten, telkens met z'n tweeën bij één aanstaande leraar. Daarin wisselden ze bewust tussen alledaagse taal ('mijn stuk is groter'), schooltaal ('het deel van het geheel') en vaktaal ('de noemer'), en tussen tekeningen en symbolen. De leerlingen moesten veel zelf uitleggen en kregen hulp om hun eigen woorden stap voor stap preciezer te maken. Hun begrip van breuken groeide duidelijk sterker dan in de vergelijkingsgroep [5]. De onderzoekers zijn zelf voorzichtig: de groep was klein, er was geen meting op de langere termijn, en het succes hing sterk af van hoe goed de begeleider op het juiste moment inspeelde op wat een leerling zei [5].
De thuistaal en een vertrouwd gezicht
Meertaligheid wordt vaak als probleem gezien. Onderzoeker Judit Moschkovich kijkt er anders naar: tweetalige leerlingen gebruiken veel meer dan vakwoorden om wiskundig te redeneren, zoals alledaagse ervaringen, gebaren en tekeningen, en ook hun andere taal [6]. Wie alleen let op het juiste woord in de schooltaal, mist volgens haar een deel van wat een leerling wiskundig al begrijpt. Haar werk is vooral beschrijvend en zegt dus niet hoeveel de thuistaal precies oplevert, maar het pleit voor een blik die vertrekt vanuit wat een leerling al kan, niet vanuit wat ontbreekt [6]. Daarnaast laat het bijlesonderzoek zien dat regelmaat telt: de beste resultaten komen uit programma's met vaste, frequente sessies [1][2][3]. En omdat goede begeleiding draait om inspelen op wat een leerling al wel en nog niet kan verwoorden [5], helpt het als een tutor die leerling langere tijd kent.
Referenties
- [1]Nickow, A., Oreopoulos, P., & Quan, V. (2024). The promise of tutoring for PreK–12 learning: A systematic review and meta-analysis of the experimental evidence. American Educational Research Journal, 61(1), 74–107. doi.org/10.3102/00028312231208687
- [2]Education Endowment Foundation. (n.d.). Small group tuition. Teaching and Learning Toolkit. London: Education Endowment Foundation. educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/teaching-learning-toolkit/small-group-tuition
- [3]Education Endowment Foundation. (n.d.). One to one tuition. Teaching and Learning Toolkit. London: Education Endowment Foundation. educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/teaching-learning-toolkit/one-to-one-tuition
- [4]Abedi, J., & Lord, C. (2001). The language factor in mathematics tests. Applied Measurement in Education, 14(3), 219–234. doi.org/10.1207/S15324818AME1403_2
- [5]Prediger, S., & Wessel, L. (2013). Fostering German-language learners’ constructions of meanings for fractions—design and effects of a language- and mathematics-integrated intervention. Mathematics Education Research Journal, 25(3), 435–456. doi.org/10.1007/s13394-013-0079-2
- [6]Moschkovich, J. (2002). A situated and sociocultural perspective on bilingual mathematics learners. Mathematical Thinking and Learning, 4(2–3), 189–212. doi.org/10.1207/S15327833MTL04023_5
Deze artikelen zijn redactionele samenvattingen van gepubliceerd onderzoek, geschreven door de stichting. Talent East Academy is geen zorginstelling en geeft geen medisch of psychologisch advies. Heb je zorgen over een jongere, neem dan contact op met de huisarts of school.
