Naar de inhoud
Talent East Academy
Alle artikelen

Onderzoek

Leerling helpt leerling: wat onderzoek zegt over mentoren met dezelfde weg

Bij ons geven bovenbouwleerlingen uitleg aan onderbouwleerlingen, en veel begeleiders begonnen zelf als nieuwkomer. Dat is geen toeval: onderzoek naar mentoring laat zien dat juist herkenbare rolmodellen het verschil maken.

September 2026 · 6 min. leestijd

Wat mentoring doet

DuBois en collega's bundelden 73 evaluaties van mentorprogramma's voor jongeren in één meta-analyse [1]. De gemiddelde effecten op schoolprestaties, gedrag en welbevinden zijn bescheiden maar consistent positief — en ze gelden over de hele linie, van schoolresultaten tot zelfbeeld. Belangrijker dan het gemiddelde is wat de effecten groter maakt: programma's die mentoren en jongeren koppelen op basis van gedeelde interesses of achtergrond, mentoren met een beroep of opleiding die aansluit bij de doelen van de jongere, en een duidelijke structuur met begeleiding van de mentoren zelf.

Waarom herkenbaarheid telt

Een mentor die zelf de brugklas met een andere moedertaal binnenliep, hoeft niets uit te leggen over hoe dat voelt. Dat bespaart niet alleen tijd; het verandert de verhouding. De jongere ziet iemand die 'het gehaald heeft' en dus een toekomst die haalbaar is. Sleijpen en collega's beschrijven dat jongeren met een trauma-achtergrond hun kracht mede ontlenen aan rolmodellen uit hun eigen omgeving en aan het besef dat anderen dezelfde weg zijn gegaan [3]. Onderzoek naar mentoring noemt dat 'identity-based matching', en het is een van de weinige factoren die het effect van mentoring merkbaar vergroten [1].

De school als brug

Pastoor volgde alleenstaande jonge nieuwkomers in Noorwegen en beschrijft school als de plek waar drie overgangen tegelijk plaatsvinden: het verwerken van wat is gebeurd, het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk en het leren van een nieuwe taal en cultuur [2]. School is voor deze jongeren niet alleen een leerplek maar een 'psychosociale ruimte'. Volwassenen en leeftijdsgenoten die daarbij als gids optreden — die uitleggen hoe het hier werkt, zonder oordeel — maken die overgangen dragelijker. Precies die gidsrol nemen onze begeleiders op zich, naast de uitleg over de stof.

Wie uitlegt, leert het meest

In het overzicht van Sleijpen en collega's noemen jongeren zelf dat ze sterker worden door anderen te helpen [3]. Dat past bij wat elke docent weet: wie iets uitlegt, begrijpt het zelf beter. Maar er gebeurt meer. De leerling die uitlegt, ervaart dat de eigen kennis en het eigen verhaal waarde hebben voor een ander. Voor jongeren die vaak aan de ontvangende kant van hulp staan, is die omkering belangrijk: van 'iemand die geholpen wordt' naar 'iemand die helpt'. Onze bovenbouwleerlingen die de onderbouw helpen zijn dus niet alleen extra handen; ze krijgen er zelf iets wezenlijks voor terug.

Regelmaat boven intensiteit

Uit de meta-analyse blijkt ook wat mentoring ondermijnt: relaties die vroeg worden afgebroken of onregelmatig contact hebben, kunnen zelfs negatief uitpakken [1]. Een mentor die na twee keer verdwijnt, bevestigt precies wat een jongere niet moet leren. Daarom koppelen we vaste duo's, vragen we vrijwilligers om een seizoen te blijven, en is een kwartier elke zondag ons uitgangspunt — liever dan een uur, één keer per maand.

Wat wij hieruit meenemen

We koppelen leerlingen bewust aan begeleiders die de brugklas zelf met een andere moedertaal binnenliepen. We laten bovenbouwleerlingen structureel uitleggen aan de onderbouw, met een begeleider erbij. En we bouwen aan een alumninetwerk, zodat oud-leerlingen als mentor kunnen terugkomen: zij zijn het meest herkenbare rolmodel dat er bestaat.

Referenties

  1. [1]DuBois, D. L., Portillo, N., Rhodes, J. E., Silverthorn, N. & Valentine, J. C. (2011). How effective are mentoring programs for youth? A systematic assessment of the evidence. Psychological Science in the Public Interest, 12(2), 57–91. doi.org/10.1177/1529100611414806
  2. [2]Pastoor, L. de W. (2015). The mediational role of schools in supporting psychosocial transitions among unaccompanied young refugees upon resettlement in Norway. International Journal of Educational Development, 41, 245–254. doi.org/10.1016/j.ijedudev.2014.10.009
  3. [3]Sleijpen, M., Boeije, H. R., Kleber, R. J. & Mooren, T. (2016). Between power and powerlessness: a meta-ethnography of sources of resilience in young refugees. Ethnicity & Health, 21(2), 158–180. doi.org/10.1080/13557858.2015.1044946

Deze artikelen zijn redactionele samenvattingen van gepubliceerd onderzoek, geschreven door de stichting. Talent East Academy is geen zorginstelling en geeft geen medisch of psychologisch advies. Heb je zorgen over een jongere, neem dan contact op met de huisarts of school.